De Oudegracht is de levensader van de Utrechtse binnenstad. Wat de gracht bijzonder maakt, zijn de werven: kades op waterniveau, met daarachter kelders die onder de straat doorlopen.
Van rivierloop naar gracht
De Oudegracht volgt grotendeels een oude loop van de Rijn en de Vecht. Vanaf de twaalfde eeuw werd de waterloop gekanaliseerd en bebouwd, zodat schepen goederen tot midden in de stad konden brengen. De stad lag op een belangrijke handelsroute en dat was aan de gracht te zien.
Werven en werfkelders
Omdat het waterpeil flink lager lag dan het straatniveau, bouwden kooplieden kelders van hun huizen door tot onder de straat, met een deur aan de waterkant. Voor de kelders lag een kade, de werf. Zo konden goederen rechtstreeks vanuit het schip worden opgeslagen. Het resultaat is een gracht met twee lagen: de straat boven en de werf beneden. Die opbouw komt in deze vorm vrijwel nergens anders voor.
Een nieuwe functie
Toen de handel over het water afnam, raakten veel kelders in onbruik. In de twintigste eeuw kregen ze een nieuwe bestemming als opslag, werkplaats, en later vooral als terras, restaurant en café. Op zomeravonden zitten de werven vol. Een deel van de kelders is in bezit van de gemeente en wordt verhuurd.
Onderhoud van de walmuren
De eeuwenoude walmuren staan onder druk van verkeer, boomwortels en de tijd. De gemeente werkt daarom al jaren aan herstel, stuk voor stuk. In oktober 2026 begint het herstel van het laatste deel van de walmuur bij de Weesbrug, waar boomwortels met de muur vergroeid zijn geraakt. Meer daarover staat in het nieuwsbericht over de Weesbrug.